ECLI:NL:RBMAA:2002:AE1345
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.T.M. Bröcker
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens langdurige onzekerheid verblijfsstatus
Op 8 februari 2002 heeft de Kinderrechter van de Rechtbank Maastricht de termijn van de ondertoezichtstelling van de minderjarige S. X. verlengd met ingang van 16 februari 2002 voor de duur van een jaar. Deze beslissing volgt op een verzoek van de gezinsvoogdij-instelling en is gebaseerd op informatie en verklaringen tijdens de zitting van 7 februari 2002.
De Kinderrechter overweegt dat de gronden voor ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn, met name vanwege de langdurige onzekerheid rond de verblijfsprocedure van het gezin, die al zeven jaar duurt zonder einduitspraak. Dit leidt tot een situatie waarin de geestelijke en zedelijke belangen van de minderjarige ernstig worden bedreigd, conform artikel 1:254 lid 1 BW Pro.
Het kinderrechtenverdrag wordt ambtshalve toegepast, ondanks dat Somalië geen Verdragssluitende Staat is, omdat artikel 3 lid 1 van Pro het Verdrag geen beperking kent tot deze staten. De rechter benadrukt het belang van het individuele kind en het recht op optimale persoonsvorming, waarbij ook het recht van het kind om zijn mening te uiten wordt gerespecteerd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden door tussenkomst van een advocaat worden bestreden bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt voor een jaar verlengd vanwege voortdurende bedreiging van zijn welzijn door langdurige onzekerheid over de verblijfsprocedure.