ECLI:NL:RBMAA:2002:AE3428
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Kerpel-van de Poel
- Rechtspraak.nl
Verdeling onroerend goed en gemeenschappelijke goederen na beëindiging samenwoning zonder samenlevingsovereenkomst
Partijen hebben van circa april 1993 tot november 1999 samengewoond zonder samenlevingsovereenkomst en gezamenlijk een onroerende zaak verworven. De waarde van het onroerend goed en de openstaande hypotheek zijn vastgesteld, evenals de waarde van een aan de hypotheek gekoppelde spaarpolis. Gedaagde heeft diverse lasten en kosten betaald en stelt aanspraak te maken op verrekening van deze bedragen.
De rechtbank oordeelt dat de hypothecaire geldlening en aanverwante lasten niet als gemeenschapsschulden kunnen worden verrekend omdat deze niet ten behoeve van de gemeenschap zijn aangegaan. De onroerende zaak wordt aan gedaagde toegescheiden, zonder dat hij aan eiseres hoeft te betalen voor de overwaarde. De pony's zijn gezamenlijk aangeschaft en worden eveneens aan gedaagde toegedeeld, met betaling aan eiseres van de helft van de waarde.
De vordering van gedaagde tot teruggave van een antiek tafelklokje wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig bezit door eiseres. De rechtbank staat toe dat eiseres bewijs levert dat gedaagde haar een p.c. heeft geschonken. De zaak wordt verwezen naar een nader rolzitting voor bewijslevering omtrent de p.c. en verdere procesvoering.
Uitkomst: Onroerend goed en pony's worden aan gedaagde toegedeeld met betaling aan eiseres van de helft van de overwaarde en waarde van de pony's; bewijslevering inzake p.c. wordt toegestaan.