ECLI:NL:RBMAA:2002:AE4909
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schreinemakers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en afwijzing van vordering tot grensvaststelling tussen erven na verkrijgende verjaring
Eiser is eigenaar van een woning met tuin in Margraten en stelt dat de werkelijke erfgrens afwijkt van de kadastrale grens. Hij vordert vaststelling van de juiste grens, stellende dat hij door extinctieve verjaring eigenaar is geworden van de betwiste strook grond die volgens de kadastrale kaart aan de buren toebehoort.
De rechtbank beoordeelt de grens in drie delen: van de straat tot aan de garage, onder de garages, en achter de garages. Uit de gerechtelijke plaatsopneming blijkt dat een coniferenheg, die al 30 à 40 jaar oud is, de erven scheidt en dat eiser deze heg altijd heeft onderhouden. Dit leidt tot het vermoeden dat het midden van de heg de grens vormt. De rechtbank concludeert dat eiser en zijn rechtsvoorgangers gedurende minimaal twintig jaar feitelijke macht hebben uitgeoefend over de grensstroken, waardoor hij deze door extinctieve verjaring heeft verkregen.
De buren hebben onvoldoende bewijs geleverd om het wettelijk vermoeden te weerleggen. De rechtbank acht de grens daardoor zeker en wijst de vordering tot grensvaststelling af. Gezien het feit dat eiser in het vonnis voor zijn stellingen wordt erkend, compenseert de rechtbank de proceskosten zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot grensvaststelling wordt afgewezen omdat eiser door extinctieve verjaring eigenaar is geworden van de betwiste grensstroken.