ECLI:NL:RBMAA:2002:AE6534
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huursubsidievangnet en rechtmatigheid indeling huishouden als eenpersoonshuishouden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Heerlen, waarbij zijn bezwaarschrift tegen de toekenning van een bijzondere bijdrage in de huurlasten op grond van de Vangnetregeling Huursubsidie ongegrond is verklaard. Het geschil betreft de vraag of het huishouden van eiser terecht als eenpersoonshuishouden is aangemerkt, terwijl eiser samenwoont met zijn echtgenote en haar dochter, beiden afkomstig uit Letland.
De rechtbank overweegt dat de echtgenote en haar dochter niet onder de werking van artikel 10 van Pro de Huursubsidiewet vallen, maar rechtmatig in Nederland verblijven op grond van artikel 1b van de Vreemdelingenwet. Uit een brief van de staatssecretaris van VROM blijkt dat aanvragers met rechtmatig verblijvende medebewoners niet van huursubsidie worden uitgesloten zolang zij aan overige vereisten voldoen, en dat hun huishouden als eenpersoonshuishouden wordt behandeld. Dit beleid vormt een begunstigende afwijking van de Huursubsidiewet.
De rechtbank stelt vast dat de Koppelingswet een gerechtvaardigd doel dient door het voorkomen van illegaal verblijf en het tegengaan van het verkrijgen van een schijn van legaliteit door illegalen. De toepassing van het vangnetbeleid is daarmee Koppelingswetconform. Eiser heeft zich beroepen op diverse internationale verdragen en jurisprudentie, waaronder het arrest Sürül van het Europees Hof van Justitie, maar de rechtbank ziet geen aanleiding dit arrest analoog toe te passen. De indeling van het huishouden als eenpersoonshuishouden is volgens de rechtbank correct en niet in strijd met het recht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de indeling van zijn huishouden als eenpersoonshuishouden en de toekenning van de huursubsidie wordt ongegrond verklaard.