ECLI:NL:RBMAA:2002:AE7083
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.J.O. Martens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WAO-dagloon zonder verlaging door ouderschapsverlof
Eiseres ontving een WAO-uitkering die door verweerder werd berekend op basis van een 24-urige werkweek vanwege een vermeende periode van ouderschapsverlof. Eiseres betwistte dat ouderschapsverlof was overeengekomen en stelde dat het dagloon op basis van een 32-urige werkweek moest worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat toepassing van artikel 13.1 van de Algemene Dagloonregelen WAO, dat een verlaging van het dagloon toestaat bij een overeengekomen verlofperiode, in dit geval niet passend is. Dit omdat ouderschapsverlof geen blijvend vertragend effect mag hebben op de WAO-uitkering en de Dagloonregelen WAO geen specifieke bepalingen bevatten die de referteperiode verplaatsen.
De rechtbank vernietigde het besluit van 9 mei 2000 en het besluit van 8 april 2002 voor de periode 29 maart tot 14 april 2000, en veroordeelde verweerder tot het herberekenen van het dagloon alsof geen ouderschapsverlof was genoten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot het betalen van wettelijke rente over het verschil en de proceskosten van eiseres.
De uitspraak bevestigt dat ouderschapsverlof niet mag leiden tot een lagere WAO-uitkering en benadrukt het belang van correcte toepassing van de Dagloonregelen in combinatie met de Wet op het Ouderschapsverlof.
Uitkomst: Besluit tot berekening WAO-dagloon op basis van 24-urige werkweek wegens ouderschapsverlof wordt vernietigd; dagloon moet worden berekend alsof geen ouderschapsverlof is genoten.