ECLI:NL:RBMAA:2002:AE7412
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Kort
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling wegens ongerechtvaardigde verrijking na verkoop gestolen auto
De zaak betreft een gestolen BMW 320D die door de verzekeraar SMAP werd schadeloosgesteld en waarbij SMAP subrogatie heeft verkregen in de rechten van de verzekerde. SMAP vordert afgifte van de auto van de koper, [gedaagde sub 1], en betaling van de koopsom van f 42.000,- van de verkoper, [gedaagde sub 2].
De rechtbank oordeelt dat SMAP niet eigenaar is van de auto en dat de koper als consument te goeder trouw bescherming geniet op grond van artikel 3:86 lid 3 BW Pro. De vordering tot afgifte wordt daarom afgewezen. Wel wordt geoordeeld dat [gedaagde sub 2] ongerechtvaardigd is verrijkt door de verkoop van de gestolen auto, ook al was hij te goeder trouw, omdat hij de opvordering van de eigenaar onder zichzelf illusoir heeft gemaakt.
Daarom wordt [gedaagde sub 2] veroordeeld tot betaling van de koopsom van f 42.000,- (€ 19.058,77) aan SMAP, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 januari 2001. SMAP wordt veroordeeld in de proceskosten jegens [gedaagde sub 1], en [gedaagde sub 2] wordt veroordeeld in de kosten jegens SMAP. Het vonnis is gewezen door rechter De Kort en uitgesproken op 18 juli 2002.
Uitkomst: Vordering tot afgifte afgewezen; verkoper veroordeeld tot betaling van de koopsom wegens ongerechtvaardigde verrijking.