ECLI:NL:RBMAA:2002:AE7896
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake niet-behandeling zienswijzen bij wijziging Wilhelminabrug
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders van Maastricht om zijn zienswijzen niet verder in behandeling te nemen in het kader van de wijziging van de aanlanding van de Wilhelminabrug op de Maasboulevard. Verzoeker diende op 27 augustus 2002 een bezwaarschrift in en verzocht op 5 september 2002 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter overweegt dat de beslissing van verweerder een beslissing betreft over de procedure tot voorbereiding van een besluit en dat op grond van artikel 6:3 Awb Pro een dergelijke beslissing niet vatbaar is voor bezwaar of beroep, tenzij deze de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. De voorzieningenrechter is voorshands niet gebleken dat dit het geval is.
Verder wordt overwogen dat zonder voorlopige voorziening het nadeel voor verzoeker niet onevenredig is in verhouding tot het belang dat met het besluit wordt gediend. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen en wijst het verzoek af. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het besluit geen zelfstandige belangen raakt en de belangen van verzoeker niet onevenredig worden geschaad.