ECLI:NL:RBMAA:2002:AE8629

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
15 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 02/1117 OSV VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:84 AwbArt. 30.1.f Wet SUWIArt. 38 Organisatiewet Sociale Verzekeringen (oud)
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om deskundigenoordeel inzake reïntegratie-inspanningen

Verzoekster is arbeidsongeschikt verklaard voor haar functie en niet meer geschikt voor haar eigen werk, maar wel voor ander passend werk. Onderzoeken van een bedrijfsarts en een arbeidsdeskundige concludeerden dat terugkeer in andere functies bij de werkgever niet mogelijk is.

Verzoeksters gemachtigde vroeg op grond van artikel 38 OSV Pro, later artikel 30.1.f Wet SUWI, een deskundigenonderzoek naar passende werkzaamheden binnen het bedrijf. Verweerder nam dit verzoek niet in behandeling omdat een dergelijk onderzoek al in het kader van de WAO had plaatsgevonden.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de weigering geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro, omdat er geen rechtsgevolgen aan verbonden zijn. Tevens betreft de taak van verweerder een inspanningsverplichting waarop verzoekster geen rechten kan baseren.

Daarom is bezwaar tegen het besluit niet ontvankelijk en bestaat geen aanleiding voor een voorlopige voorziening. Het verzoek om een deskundigenonderzoek wordt afgewezen en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een deskundigenonderzoek en voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de weigering geen besluit met rechtsgevolgen is.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Reg.nr: AWB 02/1117 OSV VV
UITSPRAAK van de voorzieningenrechter van de rechtbank Maastricht inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen:
A e/v B te C, verzoekster,
en
Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen -GAK Heerlen-, gevestigd te Amsterdam, verweerder.
Toepassing van artikel 8:81 van Pro de Awb wordt verzocht ten aanzien van het besluit van verweerder van 16 juli 2002.
Kenmerk: 2044.16.139.
Behandeling ter zitting: vrijdag 9 augustus 2002.
I. PROCESVERLOOP.
Bij het in de aanhef van deze uitspraak vermelde schrijven heeft verweerder de aanvraag om een deskundigenoordeel inzake reïntegratieinspanningen afgewezen.
Tegen dit besluit is namens verzoekster op 26 juli 2002 bezwaar gemaakt. Tevens heeft de gemachtigde van verzoekster zich gewend tot de voorzieningenrechter met het verzoek terzake een voorlopige voorzieing te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb. Het verzoek strekt tot het gelasten van verweerder een zogenaamd deskundigenonderzoek te verrichten.
De door verweerder terzake van de procedure ingezonden stukken zijn op 7 augustus 2002 aan de gemachtigde van verzoekster gezonden.
Het verzoek is behandeld ter zitting van de voorzieningenrechter op 9 augustus 2002. Namens verzoekster is haar gemachtigde verschenen, mr. J.T.J. Poell, jurist bij FNV Ledenservice. Verweerder heeft zich, als aangekondigd, niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN.
In artikel 8:81 van Pro de Awb is bepaald dat indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de president van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De president ziet geen beletselen verzoekster in haar verzoek ex artikel 8:81 van Pro de Awb te ontvangen.
Verzoekster is op 31 januari 2000 arbeidsongeschikt geworden voor haar functie van controller medewerkster […] bij […] BV te C. Na 52 weken onafgebroken arbeidsongeschiktheid is door verweerder vastgesteld dat verzoekster niet meer geschikt is voor haar eigen werk, maar wel voor ander passend werk. Verzoekster is voor 15-25% arbeidsongeschikt geacht. In februari 2001 heeft de bedrijfsarts onderzocht of verzoekster in een andere functie terug kon keren bij haar werkgever. Gelet op de beperkingen van verzoekster bleek dit echter niet mogelijk. In oktober 2001 heeft de arbeidsdeskundige van de Arbo Unie op verzoek van de werkgever nieuw onderzoek gedaan naar reïntegratie. Echter ook dan wordt geconcludeerd dat hervatting van verzoekster op verschillende werkplekken niet mogelijk is.
Op 6 mei 2002 heeft verzoeksters gemachtigde zich gewend tot verweerder met het verzoek op grond van artikel 38 van Pro de Organisatiewet Sociale Verzekeringen (OSV) te onderzoeken of er sprake is van passende werkzaamheden binnen het bedrijf. Hierbij is opgemerkt dat een aantal functies met nieuwe machines wordt uitgevoerd die een aanmerkelijke verlichting met zich meebrengen.
Bij brief van 16 juli 2002 heeft verweerder verzoekster meegedeeld de aanvraag niet in behandeling te zullen nemen, omdat bedoeld onderzoek in het kader van de WAO heeft plaatsgevonden.
Terzake van dit besluit heeft verzoeksters gemachtigde gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.
Ter zitting heeft verzoeksters gemachtigde aangegeven dat niet artikel 38 OSV Pro maar artikel 30, eerste lid onder f, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) van toepassing is, nu de OSV is vervallen ingaande 1 januari 2002.
De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af. Vooralsnog is de voorzieningenrechter van oordeel dat de weigering van verweerder het verzoek om een deskundigenonderzoek in behandeling te nemen geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, nu er voor verzoekster geen rechtsgevolgen verbonden zijn aan die weigering.
De voorzieningenrechter overweegt verder nog -ten overvloede- dat naar haar oordeel de taak als neergelegd in artikel 30 Wet Pro Suwi een inspanningsverplichting voor verweerder betreft, waarop verzoekster als zodanig geen rechten kan doen gelden.
Aangezien het schrijven van 16 juli 2002 naar voorlopig oordeel geen besluit behelst in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, staat tegen dat besluit niet de mogelijkheid van bezwaar open, en zal verzoekster naar verwachting in dat bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. Bijgevolg bestaat er geen aanleiding tot het treffen van enigerlei voorlopige voorziening.
Op grond van het bepaalde in artikel 8:84 van Pro de Awb wordt mitsdien als volgt beslist.
III. BESLISSING.
De voorzieningenrechter te Maastricht:
wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Aldus gedaan door mr. M.C.A.E. van Binnebeke in tegenwoordigheid van mr. R.A.B. Bollen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2002 door mr. Van Binnebeke voornoemd in tegenwoordigheid van voornoemde griffier.
w.g. R. Bollen w.g. M.C. van Binnebeke
Voor eensluidend afschrift:
de wnd. griffier:
Verzonden op: 21 augustus 2002
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.