ECLI:NL:RBMAA:2002:AE9731
Rechtbank Maastricht
- Hoger beroep
- Sijmonsma
- Hoekstra
- Laumen
- Rechtspraak.nl
Betaling huurpenningen na beëindiging huur ruitercentrum met compensatiegeschil
De Stichting Ruitersport Brunssummerheide verhuurde van 1989 tot 1999 een ruitercentrum aan [de man]. Deze betaalde de huur over februari 1999 niet, stellende dat partijen een compensatieafspraak hadden gemaakt voor door hem aangebrachte verbeteringen.
De kantonrechter wees de vordering van de Stichting af omdat de compensatieafspraak was bewezen. De Stichting ging hiertegen in hoger beroep en vorderde betaling van de huurpenningen plus rente en kosten.
De rechtbank oordeelde dat [de man] onvoldoende bewijs leverde voor de compensatieafspraak. Een telefoongesprek waarin een maand huur zou worden kwijtgescholden werd niet aanvaard volgens art. 6:221 BW Pro. De brief van de Stichting bevestigde dat de huurder de zaken liever wilde verbranden dan accepteren.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie. De rechtbank vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde [de man] tot betaling van €1.784,07 met wettelijke rente vanaf 1 februari 1999, en in de proceskosten van beide instanties.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurpenningen met wettelijke rente en proceskosten.