ECLI:NL:RBMAA:2002:AE9922
Rechtbank Maastricht
- Herziening
- F.A.J.W. Eliëns
- Rechtspraak.nl
Aanhouding behandeling omgangsregeling en gezagsvoorziening minderjarige kinderen
De Rechtbank Maastricht behandelde twee zaken: een verzoek van de man tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen en een verzoek van de vrouw tot toewijzing van het ouderlijk gezag over deze kinderen. De vrouw voerde gemotiveerd verweer tegen de omgang en stelde dat omgang niet in het belang van de kinderen was.
De rechtbank voegde de zaken samen en besloot de behandeling aan te houden om de Raad voor de Kinderbescherming in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te verrichten naar de omgang en het gezag. De vrouw werd niet-ontvankelijk verklaard voor het verzoek tot gezag over het eerste kind vanwege een eerdere Duitse rechterlijke beslissing die nog steeds van kracht is.
Voor het tweede kind werd het verzoek tot wijziging van gezamenlijk naar éénhoofdig gezag door de vrouw ontvankelijk geacht, maar ook hierover werd de behandeling aangehouden. De rechtbank baseerde haar bevoegdheid mede op het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 en hield rekening met de Duitse wetswijzigingen per 1 juli 1998.
De beslissing werd op 4 oktober 2002 in het openbaar uitgesproken door vice-president en kinderrechter mr. F.A.J.W. Eliëns. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard voor het gezagsverzoek over het eerste kind; de behandeling van beide zaken is aangehouden voor nader onderzoek.