ECLI:NL:RBMAA:2002:AF0061
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Aa
- Otto
- Van Uum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in milieuzaken
De rechtbank Maastricht behandelde een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van een eerdere veroordeling voor een milieudelict. De officier van justitie stelde dat veroordeelde voordeel had behaald uit de kosten voor het verwijderen van bodemverontreiniging op een recreatieterrein waarvan veroordeelde economisch eigenaar was.
Uit het strafrechtelijk financieel onderzoek en de ter zitting gebleken feiten bleek echter dat de kosten door een commanditaire vennootschap waren gedragen en dat veroordeelde niet juridisch verplicht was deze kosten zelf te betalen. De huurovereenkomst tussen veroordeelde als verhuurder en de huurder bevatte bepalingen die schade door weersomstandigheden voor rekening van de huurder lieten komen.
De rechtbank oordeelde dat het enkele feit dat veroordeelde bestuurder en aandeelhouder was van de betrokken vennootschap onvoldoende is om aan te nemen dat hij persoonlijk wederrechtelijk voordeel had verkregen. Ook was er geen aanwijzing dat vermogensbestanddelen waren ondergebracht om verhaal te frustreren. De vordering tot ontneming werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens onvoldoende bewijs van persoonlijk voordeel van veroordeelde.