ECLI:NL:RBMAA:2002:AF0929
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking aan notariële overdracht woning na beëindiging samenleving
Partijen hadden een ongehuwd samenwoningsrelatie en waren gezamenlijk eigenaar van een woning. Na beëindiging van hun relatie in juli 2002 sloten zij een overdrachtsovereenkomst waarin afspraken waren gemaakt over de toedeling en overdracht van de woning aan de man, inclusief de hypotheekverdeling.
De man vorderde in kort geding dat de vrouw verplicht zou worden mee te werken aan het verlijden van een notariële akte van verdeling en levering van de woning, met een dwangsom bij niet-nakoming. De vrouw stelde dat zij bereid was tot medewerking, maar dat zij bezwaar had tegen bepaalde bepalingen in de concept-akte, waaronder een boeteclausule en de formulering in de slotverklaring die haar rechten zou beperken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering van de man niet toewijsbaar was. De vrouw had voldoende aangetoond dat zij wilde meewerken, maar dat de man onredelijk was in zijn houding door het handhaven van bepalingen die haar rechten beperkten. De rechter bepaalde dat de akte moest worden gepasseerd met aanpassing van de slotverklaring om de vrouw de mogelijkheid te behouden om bij benadeling herstel te vorderen.
De man werd veroordeeld in de proceskosten van de vrouw wegens onnodige betrokkenheid in de procedure.
Uitkomst: De vordering tot medewerking aan de notariële overdracht wordt afgewezen en de man wordt veroordeeld in de proceskosten.