ECLI:NL:RBMAA:2002:AF0951
Rechtbank Maastricht
- Hoger beroep
- Sijmonsma
- Hoekstra
- De Kerpel-Van de Poel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag op staande voet wegens urenstaatvalsheid en gevolgen voor loonvordering
De zaak betreft een geschil over het ontslag op staande voet van een werknemer met een oproepcontract die werd beschuldigd van het frauduleus opgeven van uren. De werknemer, werkzaam als thuisverpleger, werd op 7 augustus 1999 op staande voet ontslagen wegens onder meer bedrog door het opgeven van meer uren dan daadwerkelijk gewerkt.
De kantonrechter had het ontslag nietig verklaard en de werkgever veroordeeld tot loonbetaling. De werkgever ging hiertegen in hoger beroep en voerde aan dat de valsheid in de urenstaat een dringende reden vormde voor ontslag op staande voet. De rechtbank stelde vast dat de werknemer op 1 augustus 1999 drie uren te veel had gedeclareerd, wat door hem zelf werd erkend.
De rechtbank oordeelde dat het bedrog in de urenstaat een vertrouwensbreuk inhoudt die ontslag op staande voet rechtvaardigt, mede gezien de aard van het werk en de gevolgen voor de patiënt en de verzekeraar. Persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals leeftijd en onzekerheid van het oproepcontract, wogen niet zwaarder dan de ernst van het bedrog.
De rechtbank vernietigde het vonnis van de kantonrechter, wees de loonvorderingen af en veroordeelde de werknemer tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen en in de proceskosten. Het incidenteel appel van de werknemer werd verworpen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de loonvorderingen van de werknemer af wegens bewezen bedrog in de urenstaat.