ECLI:NL:RBMAA:2002:AF1262
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.A.J.W. Eliëns
- J.C. Casparie
- W.L.J. Voogt
- Rechtspraak.nl
Verdeling gemeenschap van goederen na ontbinding tweede huwelijk met huwelijkse voorwaarden
Partijen, ex-echtelieden, sloten kort na hun tweede huwelijk huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen. De rechtbank stelde echter vast dat zij intern leefden alsof er een gemeenschap van goederen bestond, onder meer doordat zij gezamenlijke bankrekeningen voerden en vermogensbestanddelen gezamenlijk beheerden.
Bij ontbinding van het huwelijk op 4 juli 1996 moest de boedel worden verdeeld. Partijen sloten een convenant waarin zij afspraken maakten over de verdeling, maar de rechtbank oordeelde dat deze verdeling niet in overeenstemming was met de interne rechtsverhouding en dat de vrouw daardoor benadeeld werd. Verbouwingskosten van onroerende zaken, uitgevoerd door het timmerbedrijf van de man, waren ten onrechte volledig aan de vrouw toegerekend.
De rechtbank wees de vordering van de man af en veroordeelde hem tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen aan de vrouw. Tevens werd de man veroordeeld tot betaling van proceskosten die de vrouw in vrijwaringszaken had gemaakt. Het vonnis werd gewezen door een meervoudige kamer van de rechtbank Maastricht op 28 november 2002.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de man af en veroordeelt hem tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen en betaling van proceskosten aan de vrouw.