ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2184
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Laumen
- Sijmonsma
- De Kort
- Rechtspraak.nl
Rechtszaak over uitleg en vergoeding volgens intentieverklaring tussen Bouwmij en Stichting Heubi
De zaak betreft een geschil tussen Bouwmij en Stichting Heubi over de uitleg van artikel IV van een intentieverklaring en de aanspraak op vergoeding van algemene kosten en winstopslag. Bouwmij stelde dat zij recht heeft op percentages van 7% en 8% over alle posten genoemd in lid 3 en 4 van artikel IV, ongeacht of deze posten onderdeel uitmaken van de aannemingsovereenkomst.
De rechtbank stelde vast dat het bestuur van Heubi het opstellen van de intentieverklaring en de onderhandelingen had overgelaten aan bepaalde personen die bevoegd leken te zijn, waardoor Bouwmij erop mocht vertrouwen dat gemaakte afspraken bindend waren. De deskundige Meertens concludeerde dat er grote verschillen waren tussen begrotingen, wat Heubi recht gaf om het werk aan een ander toe te wijzen voor een specifiek project.
De rechtbank oordeelde dat Bouwmij geen recht had op vergoeding voor het project aan een bepaald adres, maar wel voor andere projecten. Heubi werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van circa €35.821,69 vermeerderd met wettelijke rente en tot het verstrekken van relevante gegevens en bewijsstukken binnen een gestelde termijn, onder dreiging van een dwangsom. De reconventionele vorderingen van Heubi werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Heubi wordt veroordeeld tot betaling van €35.821,69 vermeerderd met rente en tot het verstrekken van bewijsstukken binnen acht weken onder dwangsom.