ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2242
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- A.M. Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Ontruiming asielzoeker uit AZC na weigering passende huisvesting
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft aan een asielzoeker, [B.], passende woonruimte aangeboden in Rotterdam na het verkrijgen van een verblijfsvergunning. [B.] weigerde deze woning vanwege medische klachten, met name incontinentieproblemen, en bleef in het AZC Maastricht verblijven. Het COA stelde dat de opvang op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (Rva) beëindigd moest worden omdat passende huisvesting was aangeboden en geweigerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het COA een spoedeisend belang had bij ontruiming, onder meer vanwege de noodzaak om opvangcapaciteit vrij te maken voor andere asielzoekers en het financiële belang van het COA. De medische klachten van [B.] werden niet aannemelijk geacht, mede doordat geen medische onderbouwing was overgelegd. Daarom werd geoordeeld dat [B.] onrechtmatig in het AZC verbleef.
Gezien de zorg voor een jong kind werd een termijn van zeven dagen voor ontruiming vastgesteld, in afwijking van de door het COA gevorderde drie dagen. [B.] werd veroordeeld om het AZC te ontruimen en ontruimd te houden, met machtiging voor het COA om het vonnis met behulp van de sterke arm ten uitvoer te leggen. Tevens werd [B.] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De asielzoeker is veroordeeld om binnen zeven dagen het AZC Maastricht te ontruimen na weigering van passende huisvesting.