ECLI:NL:RBMAA:2002:AF2599
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap met geschil over levensverzekeringen en VOF-activa
De rechtbank Maastricht behandelt een geschil tussen ex-partners over de verdeling van hun ontbonden huwelijksgemeenschap, met name over de waarde en toedeling van drie levensverzekeringspolissen, de inboedel, belastingschulden en activa van hun voormalige vennootschap onder firma (VOF).
De peildatum voor de verdeling is vastgesteld op 16 maart 1998, de datum waarop de VOF werd beëindigd. De rechtbank oordeelt dat een dalende overlijdensrisicoverzekering geen afkoopwaarde heeft en dus buiten beschouwing blijft. Een gemengde levensverzekering is door premieachterstanden feitelijk waardeloos geworden en aan een assurantiekantoor overgedragen, waardoor deze niet in de verdeling kan worden betrokken. Een andere polis met een afkoopwaarde van fl. 1.091,- wordt aan de man toegedeeld, die de helft van dit bedrag aan de vrouw moet betalen.
De vrouw stelde dat een lijfrentepolis op naam van hun dochter ook tot de gemeenschap behoorde, maar het bestaan daarvan kon niet worden vastgesteld en de rechtbank oordeelt dat deze polis, indien aanwezig, buiten de verdeling blijft. Belastingschulden worden toegewezen aan de partij op wiens naam zij staan, zonder verrekening. De waarde van de lease-auto en een later aangeschafte VW-Golf worden niet verdeeld omdat deze na de peildatum zijn. De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw over goodwill en geldelijke aanspraken uit de VOF af, mede omdat de VOF een negatief kapitaal had.
De man wordt veroordeeld tot betaling van €247,54 aan de vrouw als helft van de afkoopwaarde van de toegedeelde polis. De vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de afkoopwaarde van een levensverzekering aan de vrouw en de verdeling van de huwelijksgemeenschap wordt vastgesteld.