ECLI:NL:RBMAA:2002:AF8349
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking horeca-exploitatievergunning wegens niet voldoen aan levensgedragseisen
Verzoeker, exploitant van een horeca-inrichting te Hoensbroek, kreeg op 22 mei 2002 bericht dat zijn vergunning voor het verstrekken van eetwaren en alcoholvrije dranken was ingetrokken. De intrekking was gebaseerd op het niet voldoen aan de levensgedragseisen uit het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet 1999, mede vanwege eerdere onherroepelijke veroordelingen op grond van de Opiumwet en een eerdere sluiting van de inrichting.
Verzoeker diende bezwaar in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was, maar dat het bestreden besluit, ondanks een formele juridische onvolkomenheid, in rechte stand kan blijven vanwege de toepassing van artikel 5 van Pro het Besluit eisen zedelijk gedrag.
De rechter benadrukte dat het niet voldoen aan de levensgedragseisen een imperatieve grond is voor intrekking van de vergunning en dat verweerder in redelijkheid kon oordelen dat verzoeker een verwijt treft vanwege de sluiting in 1998. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de horeca-exploitatievergunning wordt afgewezen.