ECLI:NL:RBMAA:2003:AF2836

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
8 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
74954
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Bergmans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 RvArt. 131 RvArt. 71 lid 4 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst civiele vordering naar kantonrechter

Eiseressen EDZ Installatie BV en EDZ Detachering BV vorderden betaling van openstaande facturen van gedaagde Verbé Elektrotechniek BV. EDZ stelde dat Verbé de facturen niet had betaald en dat buitengerechtelijke incassokosten waren gemaakt. Verbé betwistte de vorderingen en stelde een tegenvordering in wegens niet-betaalde nota's.

De rechtbank oordeelde dat de vordering van EDZ Detachering BV een hoofdsom van €3.738,24 betrof, en dat het totale bedrag inclusief rente en kosten onder de absolute competentiegrens van €5.000 bleef. Hierdoor was de kantonrechter exclusief bevoegd om van deze vordering kennis te nemen.

De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd ten aanzien van deze vordering en verwees de zaak naar de kantonrechter te Sittard-Geleen voor verdere behandeling. Voor de overige vorderingen tussen EDZ Installatie en Verbé werd de zaak eveneens verwezen naar de rol van de kantonrechter. Verdere beslissingen werden aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kantonrechter voor verdere behandeling.

Uitspraak

Vonnis : 8 januari 2003
Zaaknummer : 74954 / HA ZA 02-473
De rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EDZ INSTALLATIE BV,
gevestigd te Bunde,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EDZ DETACHERING BV,
gevestigd te Bunde,
eiseressen in conventie,
gedaagden in reconventie,
procureur mr. P. Winkens;
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VERBÉ ELEKTROTECHNIEK B.V.,
gevestigd te Susteren,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
procureur mr. J.P.A. Feijen.
1. Het verloop van de procedure
Eiseressen, hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen "EDZ", hebben gedaagde, hierna te noemen "Verbé", gedagvaard voor deze rechtbank en gesteld en gevorderd als in die dagvaarding vermeld. Bij die dagvaarding zijn producties overgelegd. Verbé heeft daarna geantwoord in conventie en geconcludeerd voor eis in reconventie, zulks onder het overleggen van producties. Vervolgens heeft EDZ in reconventie onder overlegging van een productie een conclusie van antwoord genomen.
Op de voet van artikel 131 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is een comparitie na antwoord gelast. Van het verhandelde ter comparitie is proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.
Ten slotte hebben partijen vonnis gevraagd op het rechtbankdossier. De uitspraak van het vonnis is (deels) bepaald op heden.
2. De vordering
In conventie
2.1. EDZ heeft in opdracht van Verbé werkzaamheden uitgevoerd ter zake waarvan EDZ aan Verbé een aantal facturen heeft verzonden welke ondanks sommatie niet zijn betaald. EDZ heeft tevergeefs buitengerechtelijke incassokosten moeten maken.
2.2. EDZ heeft op vermelde gronden gevorderd dat Verbé bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen de somma van Euro€ 14.462,32, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Verbé in de kosten van het geding.
De vordering wordt door Verbé weersproken, waartoe wordt verwezen naar de conclusie van antwoord.
In reconventie
2.3. Verbé heeft opeisbaar van gedaagde sub 1, hierna te noemen "EDZ Installatie", te vorderen een bedrag in hoofdsom van €Euro 6.042,68, op grond van erkende niet betaalde nota's welke zij aan EDZ Installatie zond, van welke nota's in der minne geen betaling te verkrijgen is.
2.4. Verbé heeft op grond van het vorenstaande gevorderd dat EDZ Installatie bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zal worden veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te betalen binnen 8 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis een bedrag van Euro€ 6.042,68,
het een en ander met veroordeling van EDZ Installatie in de kosten van de procedure.
De vordering wordt door EDZ Installatie weersproken, waartoe wordt verwezen naar de conclusie van antwoord.
3. De beoordeling
In conventie
3.1 Als primair verweer voert Verbé aan dat de rechtbank onbevoegd is om van de vordering van eiseres sub 2, hierna te noemen "EDZ Detachering" kennis te nemen, daartoe - kort samengevat - aanvoerend dat de vordering van EDZ Detachering op Verbé Euro 3.738,24 in hoofdsom bedraagt en het door haar te vorderen bedrag samen met renten en kosten de absolute competentiegrens van Euro€ 5.000 niet te boven gaat, zodat de sector Kanton van de rechtbank bij uitsluiting bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
3.2 Als niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist staat in rechte vast dat de vordering van EDZ Detachering op Verbé € Euro 3.738,24 in hoofdsom bedraagt en het door haar te vorderen bedrag samen met renten en kosten de absolute competentiegrens van Euro€ 5.000 niet te boven gaat, zodat Verbé terecht de onbevoegdheid van de rechtbank heeft ingeroepen om van de vordering kennis te nemen nu, gelet op het bepaalde bij artikel 93 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de kantonrechter bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. De rechtbank zal deze zaak met in achtneming van artikel 71 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering naar de kantonrechter verwijzen.
In conventie en reconventie
Verstaat dat de rechtbank de zaak tussen EDZ Installatie en Verbé tijdens de comparitie van partijen reeds naar de rol heeft verwezen voor het wijzen van vonnis.
4. De uitspraak
De rechtbank:
In conventie
verklaart zich onbevoegd om van de vordering van EDZ Detachering kennis te nemen en verwijst deze zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rol van de kantonrechter te Sittard-Geleen van 19 februari 2003 onder zaaknr. 123004, rolnummer 2347/02 voor het wijzen van vonnis;
in conventie en reconventie
verstaat dat de zaak tussen EDZ Installatie en Verbé naar de rol van 19 februari 2003 is verwezen voor het wijzen van vonnis;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bergmans, vice-president rechter, en ter openbare terechtzitting uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.