ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3292
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid
Eiser verrichtte werkzaamheden via een uitzendbureau bij de Belastingdienst en meldde zich op 31 augustus 2001 ziek. Verweerder, het UWV, beëindigde per 12 november 2001 de Ziektewetuitkering omdat eiser volgens verzekeringsgeneeskundige rapportages niet langer arbeidsongeschikt was voor zijn laatst verrichte arbeid.
Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij recht had op een WAO-uitkering vanaf 14 augustus 2001, onder meer vanwege het post whiplashsyndroom en onjuiste vaststelling van zijn belastbaarheid. De rechtbank oordeelde dat de medische gegevens onvoldoende objectieve beperkingen toonden die het verrichten van zijn arbeid onmogelijk maakten.
De rechtbank hechtte grote waarde aan het rapport van de bezwaarverzekeringsarts en constateerde dat eiser sinds 22 augustus 2001 weer arbeid verrichtte en zich op 31 augustus 2001 ziek meldde, maar dat er geen sprake was van een onafgebroken periode van 52 weken arbeidsongeschiktheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering is ongegrond verklaard.