ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3630
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Vordering tot aanduiding kind onder geslachtsnaam vader na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en hebben een zoon die de geslachtsnaam van de vader draagt. De moeder gebruikt echter haar eigen geslachtsnaam voor het kind, wat de vader onrechtmatig acht. De vader vordert dat de moeder het kind onder zijn geslachtsnaam aanduidt en laat voeren, met dwangsom bij niet-naleving.
De moeder voert aan dat het kind de naam van de moeder wil dragen, mede vanwege een halfzus met dezelfde naam, en dat zij een verzoek tot naamswijziging zal indienen zodra dat wettelijk mogelijk is. De rechtbank overweegt dat de vader een eigen belang heeft bij het behoud van zijn geslachtsnaam voor het kind, mede vanwege omgang en opvoeding, en dat het verzoek tot naamswijziging niet zonder meer wordt toegewezen.
De rechtbank verwerpt het standpunt van de moeder dat het kind frustratie zou ondervinden van het gebruik van de vadersnaam, omdat dit door haar is veroorzaakt. De vordering van de vader wordt toegewezen, met een gematigde dwangsom, en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld het kind binnen vijf dagen onder de geslachtsnaam van de vader aan te duiden en te laten voeren, met dwangsom bij niet-naleving.