ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3685
Rechtbank Maastricht
- Hoger beroep
- Laumen
- De Kerpel-van de Poel
- De Kort
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kennelijk onredelijk ontslag wegens voorgewende bedrijfseconomische reden
In deze zaak staat centraal of het ontslag van een werknemer door een confectiebedrijf op grond van bedrijfseconomische redenen gerechtvaardigd was. De werknemer werd ontslagen na een ontslagvergunning die was aangevraagd wegens vermeende noodzaak tot inkrimping van de snijdafdeling. Na het ontslag werd echter een andere werknemer via een detacheringsovereenkomst ingezet voor dezelfde werkzaamheden.
De rechtbank stelt vast dat de detacheringsovereenkomst daadwerkelijk is uitgevoerd, ondanks de stelling van de werkgever dat deze alleen bedoeld was als vervanging bij ziekte van de directeur. Dit leidt tot het vermoeden dat het ontslag gebaseerd was op een valse reden. De werkgever heeft onvoldoende feitelijke gegevens overlegd om dit vermoeden te weerleggen.
Verder oordeelt de rechtbank dat de gevolgen van het ontslag voor de werknemer, gezien zijn leeftijd en opleidingsniveau, te ernstig zijn in verhouding tot het belang van de werkgever. De door de kantonrechter toegekende schadevergoeding wordt billijk bevonden. De rechtbank bekrachtigt het eerdere vonnis en veroordeelt de werkgever tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag wordt kennelijk onredelijk verklaard en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding en proceskosten.