ECLI:NL:RBMAA:2003:AF3710
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele uitkering Maror-gelden wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het bestuur van de Stichting Maror-gelden Overheid om zijn aanvraag voor een individuele uitkering af te wijzen omdat het aanvraagformulier niet vóór de gestelde termijn van 1 januari 2002 was ingediend. De Stichting had een termijn in het Uitkeringsreglement opgenomen om de verdeling van gelden aan vervolgingsslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog snel en efficiënt te laten verlopen.
Eiser stelde dat hij het formulier op tijd had gepost, maar verweerder stelde dat het pas op 4 februari 2002 was ontvangen. De rechtbank oordeelde dat eiser het risico draagt dat het formulier te laat aankomt, zeker omdat het niet aangetekend was verzonden. De termijn was niet onredelijk omdat snelheid noodzakelijk was gezien de leeftijd van de rechthebbenden en de noodzaak om het beschikbare bedrag in zo weinig mogelijk rondes te verdelen.
Het beroep op de hardheidsclausule en het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en sloot het onderzoek af op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag individuele uitkering wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.