ECLI:NL:RBMAA:2003:AF4223
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid verweerster tot opleggen rijtest bij gebruik Ritalin niet vastgesteld
Eiser, gebruiker van het medicijn Ritalin vanwege ADHD, had bezwaar gemaakt tegen de weigering van verweerster om hem een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen af te geven. Verweerster had het bezwaar ongegrond verklaard en een rijtest opgelegd als voorwaarde voor geschiktheid. De voorzieningenrechter oordeelde dat noch in het Reglement rijbewijzen, noch in hoofdstuk 10 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 een wettelijke grondslag bestaat voor het opleggen van een rijtest in dit geval.
De voorzieningenrechter verwees naar eerdere onherroepelijke uitspraak waarin was vastgesteld dat Ritalingebruik bij ADHD niet zonder meer ongeschikt maakt voor deelname aan het verkeer. Verweerster had onvoldoende gemotiveerd waarom ondanks het oordeel van de keurend arts een rijtest noodzakelijk was. Het besluit tot opleggen van de rijtest werd daarom vernietigd en verweerster opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak werd gedaan. Verweerster werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser. De uitspraak benadrukt het belang van een wettelijke grondslag en deugdelijk gemotiveerde besluiten bij beperkingen van rijgeschiktheid.
Uitkomst: Het besluit tot opleggen van een rijtest aan eiser wordt vernietigd wegens gebrek aan wettelijke grondslag.