ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5311
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over herstelplicht en plaatsing schuifwand tussen partijen
In deze civiele zaak stond centraal of de opposante (een besloten vennootschap) gehouden was tot herstel van een schuifwand die zij had geleverd aan de geopposeerde. De geopposeerde stelde dat ook de plaatsing door opposante was overeengekomen en uitgevoerd, en dat de schuifwand gebreken vertoonde die herstelbaar waren.
De rechtbank heeft getuigen gehoord die verklaarden dat de schuifwand verkeerd geplaatst was en dat herstel niet mogelijk was. De opposante was niet betrokken bij de plaatsing, wat door getuigen werd bevestigd. De geopposeerde en zijn echtgenote stelden dat plaatsing wel door opposante was verricht, maar dit werd niet door andere getuigen ondersteund.
De rechtbank concludeerde dat opposante geslaagd was in haar bewijs dat herstel van de schuifwand niet redelijk mogelijk was en dat geopposeerde niet had bewezen dat plaatsing door opposante was verricht. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering afgewezen. Geopposeerde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de oorspronkelijke vordering af en verklaart het verzet gegrond.