ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5315
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- A.M. Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Ontruiming COW-woning na beëindiging opvang minderjarige kinderen zonder toestemming COA
In deze kortgedingprocedure vordert het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) de ontruiming van een COW-woning die door gedaagde wordt bewoond, waarin vier minderjarige kinderen worden opgevangen zonder toestemming van het COA. De voorzieningenrechter verwijst naar een tussenvonnis van 20 november 2002 en stelt vast dat gedaagde rechtmatig verwijderbaar is na een uitspraak in hoger beroep van 28 december 2001.
Het COA stelt dat geen verzoek om uitstel van vertrek bij de IND is ingediend en dat er geen toestemming is gegeven voor de opvang van de kinderen. Gedaagde betwist dit en voert aan dat diverse overheidsinstanties betrokken waren bij de plaatsing en dat er humanitaire redenen zijn om de opvang voort te zetten, verwijzend naar het Verdrag voor de rechten van het kind.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de kinderen door een overheidsinstantie zijn geplaatst of dat het COA toestemming heeft verleend. Ook het argument dat er geen alternatieve opvang is, wordt verworpen omdat Jeugdzorg een bemiddelende rol kan vervullen. Daarom wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen, met machtiging voor het COA om dit met behulp van de sterke arm af te dwingen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de COW-woning binnen zeven dagen met machtiging tot uitvoering door het COA.