ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5395
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- P.J.M. Bruijnzeels
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd door opvolging tijdelijke contracten en loonvordering
Eisende partij was sinds maart 1997 werkzaam bij gedaagde partij, aanvankelijk op oproepbasis en daarna via meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Na een periode zonder schriftelijke overeenkomst in 2001, sloten partijen op 1 januari 2002 een arbeidsovereenkomst voor één jaar. Eisende partij vorderde loonbetaling vanaf 1 januari 2003, stellende dat door opvolging van meer dan drie tijdelijke contracten een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan volgens artikel 7:668a BW.
Gedaagde partij betwistte dit en stelde dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was beëindigd met een ontslagvergunning per 1 juli 2001 en dat de laatste overeenkomst op 31 december 2002 was geëindigd. De kantonrechter stelde vast dat de ontslagvergunning niet effectief was benut en dat de arbeidsrelatie zonder onderbreking was voortgezet, waardoor de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan.
De kantonrechter oordeelde dat de loonvordering spoedeisend was en dat gedaagde partij ten onrechte het loon vanaf 1 januari 2003 niet had doorbetaald. De bedrijfseconomische omstandigheden en de sluiting van de onderneming op 21 februari 2003 deden hieraan niet af. Daarom werd gedaagde veroordeeld tot betaling van het salaris tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, met veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 1 januari 2003 tot rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.