ECLI:NL:RBMAA:2003:AF5725
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- E.B.A. Ferwerda
- Willemsen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop na overlijden vergunninghouder
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van Maastricht om coffeeshop X voor onbepaalde tijd te sluiten nadat de vergunninghouder, de heer C, was overleden. De erfgenamen van de heer C, twee minderjarige kinderen, en de beheerders van de coffeeshop verzochten om voortzetting van de exploitatie.
De rechtbank oordeelt dat de exploitatievergunning persoonsgebonden is en niet kan overgaan op de erfgenamen of anderen. Het beleid van de gemeente Maastricht hanteert een afnemend maximum aantal coffeeshops, waardoor geen nieuwe vergunningen worden verleend. Het overlijden van de vergunninghouder vormt geen bijzondere omstandigheid om van dit beleid af te wijken.
De vereniging van coffeeshophouders werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang. De rechtbank concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen omdat het onwaarschijnlijk is dat het besluit tot sluiting in een bodemprocedure zal worden vernietigd. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de coffeeshop wordt afgewezen en de vereniging niet-ontvankelijk verklaard.