ECLI:NL:RBMAA:2003:AF6682
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Sijmonsma
- De Kort
- Van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake samenhangende vorderingen tussen Nederlandse en Belgische rechter
De rechtbank Maastricht behandelde een incident over de rechterlijke bevoegdheid in een civiele zaak tussen S. en Postillon. S. had Postillon gedagvaard in Nederland voor vrijwaring, terwijl er een eerdere procedure bij de Belgische Rechtbank van Koophandel te Leuven aanhangig was over dezelfde vordering.
De rechtbank stelde vast dat de vordering van S. tegen Postillon hetzelfde onderwerp betrof als de Belgische procedure en dat de Belgische rechter als eerste bevoegd was. Op grond van artikel 27 van Pro de EEX-verordening verklaarde de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van deze vordering.
Voor de vordering van P. was geen sprake van dezelfde partijen in België, maar wel van samenhangende vorderingen. Daarom hield de rechtbank de zaak aan in afwachting van de uitspraak van het Hof van Beroep te Brussel om een goede rechtsbedeling te waarborgen.
De rechtbank veroordeelde S. en P. in de kosten van het incident en bepaalde dat verdere beslissingen worden aangehouden totdat de Belgische procedures zijn afgerond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd ten aanzien van de vordering van S. en houdt de zaak van P. aan in afwachting van de Belgische uitspraak.