ECLI:NL:RBMAA:2003:AF6852
Rechtbank Maastricht
- Hoger beroep
- Sijmonsma
- Hoekstra
- De Kerpel-Van de Poel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kennelijk onredelijk ontslag en pensioenpremies bij beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen [H.], werknemer, en [U.] B.V., werkgever. [H.] werd met toestemming van de Regionaal Directeur Arbeidsverhouding ontslagen per 1 oktober 1999 zonder vergoeding. Hij stelde dat hij recht had op een hogere schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag, betaling van overuren, vergoeding van ziektekostenpremies, en pensioenpremies die niet werden afgedragen.
De kantonrechter had het ontslag kennelijk onredelijk verklaard en [U.] veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding en pensioenpremies. In hoger beroep stelde de rechtbank vast dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, omdat de werknemer onvoldoende feiten had onderbouwd die dat zouden aantonen. Ook was de CAO niet van toepassing op de arbeidsovereenkomst, waardoor vorderingen op die grond faalden.
Wel oordeelde de rechtbank dat [U.] tekort was geschoten in haar verplichtingen rondom de ziektekostenverzekering, omdat zij nagelaten had een werkgeversverklaring te verstrekken, waardoor [H.] onnodig particulier verzekerd was geweest. Daarom werd [U.] veroordeeld tot betaling van de betaalde particuliere ziektekostenpremies. Tevens werd [U.] veroordeeld tot het alsnog betalen van pensioenpremies over de periode 1996-1999, vermeerderd met gemiste vermogensopbouw en onder dwangsom bij niet-betaling.
De rechtbank vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij de proceskosten werden gecompenseerd en de overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag wordt niet kennelijk onredelijk verklaard, maar [U.] wordt veroordeeld tot betaling van particuliere ziektekostenpremies en pensioenpremies met dwangsom.