ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7142
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vergoeding privé-schuld uit gemeenschapsgelden na echtscheiding
Partijen zijn in 1990 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 1999 gescheiden. De man had een schuld aan zijn voormalige werkgever wegens verduistering, waarvoor hij veroordeeld was tot betaling. Deze schuld werd voldaan uit de overwaarde van de verkoop van de gezamenlijke woning, die onder beslag stond.
De vrouw vordert vergoeding van de helft van dit bedrag, stellende dat het een privé-schuld van de man betreft die ten onrechte uit gemeenschapsgelden is betaald. De man betwist dat de schuld aan hem verknocht is en voert onder meer aan dat de vrouw akkoord is gegaan met de betaling uit de verkoopopbrengst.
De rechtbank oordeelt dat partijen bij afspraken hebben vastgelegd dat de verduisterde gelden buiten de gemeenschap vallen en dat de man de vrouw voor deze schuld vrijwaart. Dit blijkt uit correspondentie en bevestiging van de man. Daarom is het niet redelijk dat de vrouw moet participeren in deze schuld.
De rechtbank veroordeelt de man tot betaling van de helft van het betaalde bedrag aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum dat de man weigerde te betalen. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de schuld aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf mei 2002.