ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7288
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- A.M. Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Weigering opheffing conservatoir derdenbeslag wegens onvoldoende ontzenuwing vordering
Vodafone, een telecommunicatiebedrijf dat mobiele apparatuur in auto's laat inbouwen, had een overeenkomst met Car Technics voor inbouwwerkzaamheden. Car Technics factureerde werkzaamheden tot augustus 2002 die door Vodafone zijn betaald. Daarna stuurde Car Technics facturen voor werkzaamheden die niet zijn verricht en opdrachten die niet zijn verstrekt. NMB Heller stelt dat zij de vordering van Car Technics op Vodafone heeft verpand en legde conservatoir derdenbeslag onder de ING Bank.
Vodafone betwist de vordering en stelt dat het beslag onrechtmatig is omdat de vordering niet bestaat en het beslag haar betalingsverkeer ontregelt. Zij vordert opheffing van het beslag met een dwangsom. NMB Heller voert verweer en stelt dat verpanding heeft plaatsgevonden en dat Vodafone wanprestatie pleegt door opdrachten niet te verstrekken conform een vaste afspraak.
De rechtbank oordeelt dat het bestaan van verpanding vaststaat en dat Vodafone onvoldoende heeft aangetoond dat de vordering niet bestaat. Het geschil over de afspraken en de vordering kan in kort geding niet worden beslist. Vodafone heeft formele bezwaren onvoldoende onderbouwd en is ter zitting in de gelegenheid gesteld haar standpunt toe te lichten.
De rechtbank weigert de gevraagde voorziening tot opheffing van het beslag en veroordeelt Vodafone in de proceskosten. De beslissing is genomen door voorzieningenrechter A.M. Adelmeijer en uitgesproken in openbare terechtzitting op 1 april 2003.
Uitkomst: De gevraagde voorziening tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag wordt geweigerd.