ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7303
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- A.M. Adelmeijer
- Rechtspraak.nl
Geschil over pandrechten na aflossing krediet en subrogatie tussen vennootschappen en banken
In deze kortgedingprocedure staat centraal of Commerzbank door betaling van het krediet aan Fortis is gesubrogeerd in de pandrechten van Fortis, waardoor NIB niet langer de oudste pandhouder zou zijn. Op 3 februari 2000 sloten vennootschappen van het [B.] concern een algemene akte van verpanding met Fortis en NIB als financiers. In juli 2002 loste Commerzbank het krediet aan Fortis af. NIB stelt dat zij hierdoor de oudste pandhouder is geworden, terwijl [B. c.s.] betogen dat Commerzbank via subrogatie in de pandrechten van Fortis is getreden.
De voorzieningenrechter constateert dat onvoldoende duidelijk is of Fortis op het moment van betaling op de hoogte was van de aflossing door Commerzbank, een vereiste voor subrogatie. De enkele brief van de raadsman van [B. c.s.] is onvoldoende bewijs, en brieven van Fortis wijzen niet op kennis van de overeenkomst met Commerzbank. Daarom wordt voorlopig aangenomen dat Commerzbank niet in de pandrechten is getreden en NIB de oudste pandhouder is.
NIB vordert dat [B. c.s.] binnen vijf werkdagen de pandakte ondertekenen en maandelijks verpandingslijsten aan NIB verstrekken. De voorzieningenrechter beveelt dit onder dwangsom en wijst het verbod op executie door NIB af. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten, waarbij [B. c.s.] ook in conventie de kosten draagt.
Uitkomst: NIB wordt erkend als oudste pandhouder en [B. c.s.] worden bevolen de pandakte te ondertekenen en verpandingslijsten te verstrekken.