ECLI:NL:RBMAA:2003:AF7699
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Nietigheid bepaling convenant echtscheiding inzake toekomstige erfenis
De vrouw en man, ex-echtelieden, hebben in 1976 een convenant gesloten naar aanleiding van hun echtscheiding uit 1975. In dit convenant is onder meer bepaald dat de man de koopwoning na zijn overlijden aan hun twee kinderen zou nalaten. Later bleek dat de man de woning in 1980 had verkocht, waarna de vrouw een procedure startte wegens vermeende tekortkoming.
De man stelde dat de bepaling nietig was wegens wilsgebreken en bedreiging, maar de rechtbank volgde dit verweer niet. De rechtbank oordeelde dat de bepaling nietig is op grond van artikel 1370 lid 2 Oud Pro BW, dat afstand van toekomstige erfenissen verbiedt. Dit artikel is ook in het nieuwe Burgerlijk Wetboek opgenomen als artikel 4:4 BW Pro.
De rechtbank concludeerde dat de vordering van de vrouw daarom moet worden afgewezen en dat geen verdere bespreking van andere verweren nodig is. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens nietigheid van de bepaling over toekomstige erfenis.