ECLI:NL:RBMAA:2003:AF8378
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Hazen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering meerwaarde-clausule bij verkoop echtelijke woning na echtscheiding
Partijen zijn ex-echtelieden die bij notariële akte de verdeling van hun gemeenschap van goederen regelden, inclusief een meerwaarde-clausule voor de echtelijke woning. De man verkocht de woning in april 2002, maar de notariële levering vond pas plaats op 2 december 2002, na de in de clausule genoemde termijn van 1 december 2002.
De vrouw vorderde betaling van de helft van de meerwaarde boven de vastgestelde waarde van fl. 160.000,--, stellende dat de man de levering bewust uitstelde om de clausule te omzeilen. De man verweerde zich met het argument dat de clausule een cumulatieve eis stelt van verkoop én eigendomsoverdracht vóór 1 december 2002.
De rechtbank oordeelde dat de levering van onroerend goed notarieel moet plaatsvinden en dat de clausule aldus moet worden uitgelegd. Omdat de levering na de termijn plaatsvond, is geen sprake van schending van de clausule. De vordering van de vrouw wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat de levering van de woning na de termijn van de meerwaarde-clausule plaatsvond.