ECLI:NL:RBMAA:2003:AF8428
Rechtbank Maastricht
- Hoger beroep
- Sijmonsma
- De Kerpel-van de Poel
- Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst tussen werknemer en uitzendbureau, geen vast dienstverband bij inlener
Appellant verrichtte montagewerkzaamheden bij Nedcar via uitzendbureau Interzend en later via Adecco, met wie hij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd sloot die uiterlijk op 1 juli 2000 eindigde. Na beëindiging van deze overeenkomst kon appellant niet meer bij Nedcar werken.
Appellant vorderde onder meer een verklaring dat de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst nietig was, dat hij in dienst was van Nedcar of Adecco, en loonbetalingen. De kantonrechter wees deze vorderingen af, waarna appellant hoger beroep instelde met diverse grieven tegen de beoordeling.
De rechtbank oordeelde dat er geen arbeidsovereenkomst tussen appellant en Nedcar bestond, omdat de arbeidsovereenkomst uitsluitend met Adecco was gesloten. Adecco droeg de werkgeversverplichtingen en het risico, terwijl Nedcar slechts een deel van het werkgeversgezag had gedelegeerd. De stelling dat Nedcar een vast dienstverband had toegezegd, werd onvoldoende onderbouwd.
Verder werd geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst met Adecco geldig was voor bepaalde tijd tot 1 juli 2000, ook na de invoering van de Wet Flexibiliteit en Zekerheid en de toepasselijkheid van de CAO voor uitzendkrachten. De brief van Adecco van 24 december 1998 vormde een voorstel tot wijziging, maar wijzigde niets aan de kwalificatie van de overeenkomst.
De rechtbank bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst met Adecco eindigde rechtsgeldig per 1 juli 2000; er bestond geen arbeidsovereenkomst met Nedcar en geen recht op vast dienstverband.