ECLI:NL:RBMAA:2003:AF9065
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Huinen
- Rechtspraak.nl
Verhaal van schadevergoeding na onverzekerde aanrijding en bewijs van goede trouw
Op 13 maart 1998 veroorzaakte [Partij S.] met een Opel Record een aanrijding waarbij een stilstaande Honda schade en letsel opliep. Delta Lloyd, als verzekeraar van de Honda, betaalde de schade en vorderde verhaal op [Partij S.] omdat diens auto niet verzekerd was. [Partij S.] stelde dat hij te goeder trouw mocht aannemen dat de verzekering nog bestond, omdat de auto formeel nog verzekerd was door de vorige eigenaar en hij de auto slechts tijdelijk op zijn naam had gezet.
Delta Lloyd betwistte dit en stelde dat [Partij S.] als kentekenhouder en bezitter verplicht was een verzekering te sluiten. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor het aannemen van goede trouw op [Partij S.] rust en stond hem toe bewijs te leveren, onder andere door getuigenverhoor. De zaak werd aangehouden voor bewijslevering.
De procedure kende meerdere comparities en schriftelijke stukken. De rechtbank bepaalde een datum voor het getuigenverhoor en stelde peremptoirstelling voor het opgeven van getuigen. Tot dat moment hield de rechtbank verdere beslissingen aan. De uitspraak betreft een civiel geschil over aansprakelijkheid en verhaal van schadevergoeding onder de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM).
Uitkomst: De rechtbank staat bewijslevering toe over goede trouw en houdt verdere beslissing aan.