ECLI:NL:RBMAA:2003:AF9766
Rechtbank Maastricht
- Verzet
- I.H.J. van Neer
- T.E.A. Willemsen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen proceskostenvergoeding in Wob-procedure afgewezen door rechtbank Maastricht
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft opposant verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 15 april 2003, waarin het beroep tegen het College van Burgemeester en Wethouders van de Gemeente Sittard-Geleen gegrond werd verklaard wegens overschrijding van de beslistermijn. Opposant betwistte de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding van € 80,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,25, en verzocht om toepassing van wegingsfactor 1, wat zou leiden tot een vergoeding van € 322.
De rechtbank overweegt dat de zaak uitsluitend betrekking heeft op de vraag of de beslistermijn is overschreden, zonder beoordeling van het materiële geschil, en dat de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak van 13 juni 2001) de toepassing van de wegingsfactor 'zeer licht' rechtvaardigt. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gesteld die een hogere wegingsfactor rechtvaardigen.
Verder wordt gewezen op de wettelijke regeling in het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarin de vergoeding van proceskosten is gekoppeld aan het gewicht van de zaak en de aard van de verleende rechtsbijstand. Het verzoek van opposant wordt daarom afgewezen en het verzet ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel meer open.
Uitkomst: Het verzet tegen de hoogte van de toegekende proceskostenvergoeding wordt ongegrond verklaard.