ECLI:NL:RBMAA:2003:AH8862
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.G.M. Jansberg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horeca-inrichting wegens verkoop softdrugs
Verzoeker exploiteerde een horeca-inrichting waar softdrugs werden verkocht. Na intrekking van de horeca-exploitatievergunning per 27 maart 2003 mocht geen verkoop van softdrugs meer plaatsvinden. Na constatering van overtredingen op 14 en 26 april 2003 besloot verweerder, de burgemeester van Heerlen, de inrichting voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
Verzoeker diende een bezwaarschrift in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat het beleid omtrent bestuursdwang niet kennelijk onredelijk of willekeurig was. Verzoeker erkende de verkoop van softdrugs en kon niet ontkennen dat de verkoop na intrekking van de vergunning illegaal was.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder in redelijkheid tot bestuursdwang had kunnen besluiten en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die dit in de weg stonden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de horeca-inrichting wegens verkoop van softdrugs wordt afgewezen.