ECLI:NL:RBMAA:2003:AH9791
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. Casparie
- Rechtspraak.nl
Beroep op verschoningsrecht advocaat bij echtscheidingsconvenant
In deze civiele zaak bij de rechtbank Maastricht stond het beroep op het verschoningsrecht van een advocaat centraal die het echtscheidingsconvenant voor partijen had opgesteld. De advocaat had zowel de vrouw als de man afzonderlijk geadviseerd en vervolgens gezamenlijk begeleid bij het opstellen van het convenant.
De man wilde de advocaat als getuige horen over de totstandkoming van de afspraken, maar de advocaat beriep zich op het verschoningsrecht op grond van artikel 165 lid 2 Rv Pro, omdat hij tot geheimhouding verplicht is. De vrouw steunde dit standpunt, terwijl de man dit betwistte en stelde dat het verschoningsrecht niet geldt voor de totstandkoming van een overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat het verschoningsrecht van toepassing is omdat de advocaat aparte gesprekken met partijen had gevoerd en vertrouwelijke informatie had ontvangen die niet openbaar gemaakt hoeft te worden. Het beroep op het verschoningsrecht werd daarom gegrond verklaard en de advocaat hoefde niet als getuige te verschijnen. Het hoger beroep tegen deze beslissing werd toegelaten en de hoofdzaak werd aangehouden.
Uitkomst: Het beroep op het verschoningsrecht van de advocaat wordt gegrond verklaard, waardoor hij niet als getuige hoeft te verschijnen.