ECLI:NL:RBMAA:2003:AI0919
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Hoogte WW-uitkering bij loonverlies na functiewijziging bij dezelfde werkgever
Eiser was sinds 1994 in dienst bij dezelfde werkgever en werkte aanvankelijk als onderhoudstimmerman. Vanwege medische klachten werd hij in 1999 herplaatst als magazijnmedewerker tegen een aanzienlijk lager loon. In 2001 viel hij uit en vroeg een WW-uitkering aan. De uitkering werd vastgesteld op basis van het lagere loon als magazijnmedewerker. Eiser betwistte dit en stelde dat het dagloon moest worden berekend op basis van zijn oude, hogere loon als timmerman, omdat zijn oude contract met wederzijdse goedkeuring was ontbonden en een nieuw contract was aangegaan.
De rechtbank stelde vast dat er wel degelijk sprake was van een beëindiging van de dienstbetrekking, omdat er een nieuw arbeidscontract was gesloten voor een andere functie met een ander loon, en eiser zich niet meer kon beroepen op het oude contract. De regeling in artikel 17 van Pro de Dagloonregels WW is bedoeld om te voorkomen dat werknemers die binnen 12 maanden na ontslag werk aanvaarden tegen een lager loon, worden benadeeld. De rechtbank vond het niet in overeenstemming met de strekking van deze regeling om deze niet toe te passen bij een functiewijziging binnen dezelfde werkgever.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen waarbij het dagloon wordt vastgesteld op het hogere loon van de oude functie. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij het dagloon wordt vastgesteld op het hogere loon van de oude functie.