ECLI:NL:RBMAA:2003:AI5660
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van den Acker
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en nalatenschap na overlijden echtgenoot
Mevrouw B. en de erven van haar overleden ex-echtgenoot C. zijn in geschil over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de nalatenschap. Na het overlijden van C. vordert mevrouw B. onder meer betaling van bedragen die zij meent nog te ontvangen uit de verdeling van diverse activa, waaronder bankrekeningen, verzekeringspolissen, waardepapieren en de voormalige echtelijke woning.
De erven van C. betwisten onder andere de aanspraken op bepaalde bedragen, stellen dat de verdeling grotendeels heeft plaatsgevonden en vorderen betaling van advocaatkosten en de opbrengst van een auto die mevrouw B. zou hebben verkocht. De rechtbank overweegt dat de begrafeniskosten tot de nalatenschap behoren en door de erven moeten worden voldaan.
De rechtbank stelt vast dat het echtscheidingsconvenant van 1998 als uitgangspunt geldt en dat de verdeling van de meeste posten heeft plaatsgevonden, maar dat bewijslevering wordt toegestaan voor enkele betwiste punten, zoals de aanwezigheid van waardepapieren en de verkoop van de auto. De zaak wordt verwezen naar een getuigenverhoor en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste verdelingsvorderingen af maar staat bewijslevering toe voor betwiste posten en houdt verdere beslissing aan.