ECLI:NL:RBMAA:2003:AI5671
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bergmans
- De Kerpel-van de Poel
- De Kort
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur bij faillissement BC Venture BV
BC Venture BV werd op 21 januari 1993 failliet verklaard. De curator stelde dat de bestuurders niet voldeden aan hun boekhoudverplichtingen en hun taken kennelijk onbehoorlijk vervulden, wat het faillissement mede veroorzaakte. De curator vorderde hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders voor het tekort in het faillissement.
De rechtbank overwoog dat de administratie van BC Venture BV niet deugdelijk was en niet volledig aan de curator was overgedragen. Uit een arrest van het Gerechtshof 's Hertogenbosch bleek dat bestuurder [Gedaagde sub 1] reeds veroordeeld was voor het niet voldoen aan boekhoudverplichtingen. Daarnaast was sprake van het zonder tegenprestatie overdragen van orderportefeuilles en het niet treffen van adequate incassomaatregelen, wat een belangrijke interne oorzaak van het faillissement vormde.
De verdediging voerde aan dat externe marktontwikkelingen het faillissement veroorzaakten, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De rechtbank stelde vast dat het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk had vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak was van het faillissement. Daarom werd [Gedaagde sub 1] hoofdelijk aansprakelijk gehouden voor het tekort, dat nog nader bij staat zal worden opgemaakt.
De vordering tegen [Gedaagde sub 2] werd ingetrokken na een minnelijke regeling, zodat daarop niet werd beslist. De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, behoudens de verklaring voor recht.
Uitkomst: Bestuurder [Gedaagde sub 1] is hoofdelijk aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak was van het faillissement van BC Venture BV.