ECLI:NL:RBMAA:2003:AI5676
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.B. De Kerpel-van de Poel
- Rechtspraak.nl
Bijstelling uurtarief advocaat in letselschadezaak na auto-ongeval
In deze civiele procedure vordert een letselschadeadvocaat betaling van zijn eindnota voor buitengerechtelijke werkzaamheden na een auto-ongeval in 1995. De advocaat had aanvankelijk een uurtarief van fl. 280,- afgesproken met zijn cliënt, vermeerderd met een factor voor specialisme en belang, en factureerde dit ook. Later bracht hij een eindnota uit met een hoger uurtarief van fl. 360,- en vervolgens zelfs fl. 420,- per uur, wat door de tegenpartij, het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars (NBM), werd betwist.
De rechtbank oordeelt dat de oorspronkelijke afspraken met de cliënt bindend zijn en dat de advocaat niet met terugwerkende kracht het uurtarief kan verhogen zonder duidelijke afspraak. Omdat NBM alle eerdere declaraties op basis van fl. 280,- heeft voldaan, komt slechts vergoeding toe voor 2,17 uur werk dat na de eindnota is verricht tegen het tarief van fl. 360,-. De vordering voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat het merendeel van de hoofdsom niet wordt toegewezen en de advocaat geen aangepaste slotdeclaratie heeft ingediend.
De rechtbank veroordeelt NBM tot betaling van € 354,49 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 maart 2001 en wijst het meer gevorderde af. De advocaat draagt de proceskosten.
Uitkomst: NBM wordt veroordeeld tot betaling van € 354,49 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 22 maart 2001, het overige wordt afgewezen.