ECLI:NL:RBMAA:2003:AL8378
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang sluiting horeca-inrichting wegens vermeende drugshandel
Eisers exploiteerden een horecagelegenheid waarover de burgemeester van Heerlen bestuursdwang toepaste op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet wegens vermeende drugshandel. Na klachten en politieonderzoeken werd de inrichting voor twaalf maanden gesloten. Eisers maakten bezwaar en stelden dat de feiten onvoldoende waren vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester zich ten onrechte bevoegd achtte om op 10 april 2002 een waarschuwing te geven zonder kennis van de onderliggende stukken en dat deze waarschuwing niet opnieuw is gegeven. Hierdoor was het besluit van 5 september 2002 tot handhaving van de sluiting niet zorgvuldig voorbereid en in strijd met de Awb.
De rechtbank vernietigde het besluit, bepaalde dat de burgemeester een nieuw besluit moet nemen en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van proceskosten. De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen die de sluiting opschortte. Het gemeentelijk coffeeshopbeleid werd als niet onredelijk beoordeeld en sluiting kan volgen na waarschuwing en niet-naleving.
De feiten betroffen onder meer politieconstateringen van drugshandel en aanwezigheid van harddrugs in de horecagelegenheid. De rechtbank vond echter dat deze feiten onvoldoende bewijs vormden voor bestuursdwang zonder correcte procedurele stappen.
Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente verzocht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de horeca-inrichting wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en het ontbreken van een nieuwe waarschuwing.