ECLI:NL:RBMAA:2003:AM3297
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken causaal verband tussen vermelding en niet-plaatsing in WSW
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige vermelding op zijn kandidatenkaart, die zou hebben geleid tot het niet verkrijgen van een baan in WSW-verband. De rechtbank achtte in een tussenvonnis voorshands aannemelijk dat eiser schade leed door deze vermelding en stond toe dat gedaagde, het Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid-Limburg (OZL), tegenbewijs leverde.
Na het horen van getuigen en het bestuderen van het bewijs concludeert de rechtbank dat OZL geslaagd is in het ontzenuwen van het vermoeden van causaal verband. De niet-plaatsing kan ook zijn veroorzaakt door de psychische gesteldheid van eiser en de beperkte plaatsingsmogelijkheden destijds.
De verklaring van een betrokken getuige bevestigt dat de psychische handicap van eiser doorslaggevend was en niet de vermelding op de kandidatenkaart. Andere getuigen bevestigden de beperkte beschikbaarheid van arbeidsplaatsen. Gezien de bewijslast rustend op eiser, is het causaal verband niet vastgesteld.
De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten van OZL.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat het causaal verband tussen de vermelding en het niet verkrijgen van een baan niet is vastgesteld.