ECLI:NL:RBMAA:2003:AN7548
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.N.F. Sleddens
- A.J. Henzen
- R.M.M. Kleijkers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schadevergoeding wegens fictieve weigering bouwvergunning
Eiser had op 12 januari 1988 een bouwvergunning aangevraagd voor een landbouwbedrijfswoning, maar de aanvraag werd door verweerder aanvankelijk als nieuw behandeld en uiteindelijk geweigerd. Na diverse procedures werd de vergunning alsnog verleend, maar eiser vorderde schadevergoeding wegens de fictieve weigering en de daaruit voortvloeiende vertraging.
Verweerder kende een schadevergoeding toe, maar beperkte deze tot 70% van de vertragingsschade en weigerde vergoeding van kosten van de bestuurlijke voorprocedure. Eiser stelde dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld, dat het onderscheid tussen procedures onjuist was en dat de rentevergoeding onjuist was berekend.
De rechtbank oordeelde dat de onjuiste behandeling door verweerder volledig aan hem is toe te rekenen en dat eiser recht heeft op volledige schadevergoeding zonder matiging. De kosten van de bestuurlijke voorprocedure komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat het criterium van 'tegen beter weten in' niet is overschreden. De rentevergoeding moet worden berekend over de juiste periode en op basis van marktconforme rentepercentages. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiser en het griffierecht. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State staat open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met volledige vergoeding van de schade.