ECLI:NL:RBMAA:2003:AN8555
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering dagplaatsvergunning op Heerlense markt
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de gemeente Heerlen om haar geen vergunning te verlenen voor een dagplaats op de dinsdagmarkt, omdat het maximum aantal standplaatsen in de branche bovenkleding was bereikt. Het branchebesluit stelt een maximum van 14 standplaatsen, terwijl er 17 vaste standplaatsen zijn. Verzoekster betoogt dat zij al jaren vrijwel wekelijks op de markt staat, een klantenkring heeft opgebouwd en een aanzienlijk deel van haar omzet op deze markt genereert, en dat het ontbreken van overgangsrecht haar belangen schaadt.
De voorzieningenrechter overweegt dat de gemeente bevoegd is het branchebesluit vast te stellen en dat er geen wettelijke verplichting bestaat tot het verlenen van overgangsrecht. De rechtbank beoordeelt het besluit marginaal en concludeert dat geen sprake is van een onevenredige belangenafweging of strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Verzoekster staat op een wachtlijst en kan slechts in aanmerking komen voor een dagplaats als vaste standhouders afwezig zijn, wat vrijwel niet voorkomt.
De rechtbank acht het branchebesluit niet onredelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. De vergunning voor een dagplaats geldt slechts voor één dag en geeft geen rechten voor toekomstige toewijzingen. Het verzoekster toegebrachte nadeel weegt niet zwaarder dan het belang van de gemeente bij handhaving van het branchepatroon.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van een dagplaatsvergunning op de Heerlense markt wordt afgewezen.