ECLI:NL:RBMAA:2003:AN8695
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarige ondanks niet-samenwonen ouders
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot wijziging van de uitoefening van het ouderlijk gezag over hun minderjarige kinderen. De rechtbank beoordeelde het verzoek tijdens de zitting van 10 oktober 2003, waarbij de wederpartij niet verscheen.
De rechtbank stelde vast dat verzoekers niet samenwonen sinds september 1999, maar dat zij wel gezamenlijk de zorg voor het kind [kind H.] dragen. De moeder heeft het gezag over dit kind, en de andere ouder staat in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind. De rechtbank overwoog dat gezamenlijke zorg niet vereist dat de ouders onder één dak wonen, mits zij in goed overleg de verzorging en opvoeding regelen en feitelijk invulling geven aan de zorg.
Gezien het feit dat de moeder minstens drie dagen per week contact heeft met het kind en de situatie in goed overleg wordt ervaren, concludeerde de rechtbank dat aan de wettelijke voorwaarden voor gezamenlijk gezag is voldaan. Het verzoek werd daarom toegewezen in het belang van het kind. Het verzoek tot gezamenlijk gezag over het andere kind [kind C.] werd afgewezen omdat daarvoor een andere wettelijke regeling geldt.
Uitkomst: Verzoekers krijgen gezamenlijk gezag over het minderjarige kind ondanks niet samenwonen.