ECLI:NL:RBMAA:2003:AN9158
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep werknemer inzake loonkostensubsidie Wet inschakeling werkzoekenden
Eiser heeft namens een BV een aanvraag ingediend voor een loonkostensubsidie op grond van de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW). De subsidieaanvraag werd door verweerder afgewezen en het bezwaar van de BV ongegrond verklaard. Eiser stelde vervolgens zelf beroep in bij de rechtbank, hoewel het besluit aan de BV was gericht.
De rechtbank oordeelde dat eiser als werknemer slechts een afgeleid belang heeft bij de weigering van de subsidie aan de werkgever en daarmee niet voldoet aan het vereiste van een rechtstreeks belang volgens artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat het beroep niet door de BV maar door eiser werd ingesteld, en dit een bewuste keuze was om griffierechten te besparen, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wees erop dat in een eerdere procedure ten onrechte wel ontvankelijkheid was aangenomen, maar dat dit niet tot een ander oordeel leidt. Het beroep is daarom niet ontvankelijk verklaard en de uitspraak is openbaar gedaan op 11 november 2003.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang.